Waar ben je naar op zoek?

[Blog] 28 mei 2009: ein-de-lijk thuis

De dag dat ik naar het gezinshuis in Houten verhuisde, kan ik me vanaf het moment dat we de straat in reden nog heel goed herinneren.

Mijn vader* was net terug van boodschappen doen. Hij had een rood/zwart horizontaal gestreepte polo aan en pakte een paars Albert Heijn kratje uit de achterbak van de rode auto. Mijn moeder* zag ik binnen en had een beigekleurige shirt en broek aan. We gingen aan de grote keukentafel zitten voor het, voor mij ondertussen welbekende, kennismakingsgesprek.

Jij gaat mee naar oma
Eén stukje van dat gesprek is mij en mijn ouders altijd bijgebleven. Ik kwam op een donderdag en zou zondag, voor het eerst sinds de grote ruzie bij Richard** thuis (zie vorige blog), een dag naar hem toe gaan. Dat vertelde ik. Mijn vader zei dat dat niet ging, want oma was jarig en ze gingen naar Maastricht. Mijn eerste reactie? ‘Maar waar ga ik dan naartoe?’ In dit gezinshuis hoorde iedereen erbij, zelfs ik als crisisplaatsing. En iedereen ging mee naar Maastricht.

’s Middags gingen we mijn zusjes en een nichtje van school halen. Ze hadden sportdag gehad en kwamen van een groot grasveld terug. Ik kan me hun Didi- en prinsessentassen nog goed herinneren. ’s Avonds voor het avondeten kwam mijn oudere zus thuis, maar zij ging ook gelijk weer verder voor haar rijles. Zij vertelde hoe hard ze mijn blik altijd vond toen we elkaar voor het eerst een hand gaven (toen was handen schudden nog niet levensgevaarlijk). Dat iedereen erbij hoorde bij het gezinshuis, dat heb ik geweten. Na mijn avontuur in Maastricht stond het volgende avontuur al op mij te wachten. Het weekend daarna was het familieweekend van mijn vaders kant en gingen we naar Center Parcs met de hele familie. Het weekend waarin ik van mijn neef leerde valsspelen met spelletjes – voor vriendinnen die zich het afvragen.

Niet langer ‘te leen’
Na zes weken ‘te leen’ geweest te zijn in het gezinshuis werd ik omgedoopt tot Leen. Ik zat hier zo op mijn plek dat ik mocht blijven bij de fastfood family***. Ik maakte het schooljaar af in Maarsbergen en ging na de zomervakantie naar de Heemlanden in Houten. Een van de dingen waar aandacht aan besteed werd, was het contact met Janny en Richard. Dat er contact was, maar ook dat ik stopte met zorgen voor hen, want ik was het kind en niet hun verzorgers.

Er is nog één keer een bezoek geweest met Janny** voordat ik een mail van Bart** kreeg. De mail kwam binnen toen mijn zus en ik bezig waren met mijn aanmelding voor het JIP kamp. In deze mail stond onder andere dat ik de reden was dat het biologische gezin uit elkaar gevallen was, want ik zorgde niet goed genoeg meer voor Janny. Wij belden mijn ouders als eerste, want zij waren niet thuis op dat moment. Zij belden gelijk met gezinsvoogd Hanneke en zij belde gelijk met  Janny. Janny stond achter de mail van Bart en wilde het contact verbreken. Dat is de laatste keer geweest dat ik echt contact met Janny heb gehad, ondertussen 12 jaar geleden.

(Gezins)voogd
Omdat ik ouder dan 12 was, kreeg ik vanaf 2010 elk jaar een brief van de kinderrechter over het verlengen van mijn OTS. Ik vond die brieven vervelend. Ik had duidelijk aangegeven niet meer bij Janny of Richard te willen wonen, waarom werd daar elk jaar opnieuw naar gekeken? Omdat Janny en Richard beide nog ouderlijk gezag hadden moest alles via hen gaan. Janny, die zelf het contact met mij verbrak, wilde wel elke maand een verslag van hoe het met mij ging. Dat maakte mij boos. Hoe mochten Janny en Richard beslissingen maken als er bijna geen contact was?

Samen met mijn moeder besloot ik een brief naar de kinderrechter te schrijven, met de vraag om Richard en Janny uit de ouderlijke macht te ontzeggen en Hanneke mijn voogd te maken i.p.v. gezinsvoogd. De brief werd gelezen door de kinderrechter en ik mocht op gesprek komen. Samen met mijn moeder gingen we naar de rechtbank in Utrecht, waar ik aan de kinderrechter mocht vertellen waarom ik de brief had geschreven. Er werd hier echt naar mij geluisterd en mijn vraag werd gehoord.

Ik was niet aanwezig in de rechtbank bij de uitspraak. Hanneke en mijn ouders wilden mij beschermen voor als, voornamelijk Janny, vervelend zou gaan doen. Eindstand? Janny en Richard waren niet aanwezig bij de uitspraak en Hanneke was vanaf dat moment mijn voogd.

Het contact met Richard was nog minimaal. Twee weken voor een bezoek en twee weken erna zat ik niet lekker in mijn vel en werd ik ziek van de spanning. Daarom werd er besloten dat er vier keer in het jaar een dag-bezoek was en ik hoefde ein-de-lijk niet meer wekelijks te bellen.

Feest
Toen ik twee jaar bij mijn ouders in Houten woonde was er feest. Ik woonde voor het eerst, sinds de scheiding van Janny en Richard, langer dan 1,5 jaar op dezelfde plek! Vast wel herkenbaar voor veel jongeren die ook uithuisgeplaatst zijn.

Om mij te helpen mijn verleden te verwerken werden er therapieën gestart: ritmische massage, dramatherapie en noem het maar op. Toch vond ik het lastig dat mijn ouders zo dichtbij kwamen. Ik had nooit geleerd om irritaties of iets dat ik niet leuk vond normaal te uiten. Ik kropte het allemaal op. Eens in de zoveel tijd ontplofte ik. Dan maakte ik een erge ruzie en liep ik van huis weg. Niet veel verder dan het tweede bankje dat ik tegenkwam, maar dat was wel echt heel vervelend voor iedereen thuis.

Op mijn zeventiende had ik, na een ontploffing, een gesprek met mijn moeder, waarin ik aangaf dat ik graag op kamers wilde wonen. Mijn moeder heeft naar mij geluisterd, mij gehoord en we hebben samen naar de mogelijkheden gekeken. Er werd een nieuwe KTC-locatie gebouwd (Talita van de organisatie van Timon) in onze wijk. Er was geen wachtrij en dit leek een mooie vervolgstap te zijn. Dichtbij mijn ouders, twee straten verderop, maar wel met een beetje afstand. Ik heb vier jaar lang bij mijn ouders gewoond, het langste dat ik ooit ergens gewoond heb en 28 mei is nog altijd een feestdag waarop ik taart eet bij mijn ouders.

Delaine

*alle kinderen in het gezinshuis in Houten woonde er al van kleins af aan en noemde Miriam en Frans ‘papa en mama’. Al snel noemde ik ze indirect ook zo en had ik het altijd over ‘mijn ouders’. Nadat het contact met mijn biologische vader ook verwaterde ben ik ze ook direct papa en mama gaan noemen.
** gefingeerde namen
***Fastfood family is een verspreking van mij geweest toen ik in het Engels moest uitleggen dat ik in een foster family woonde. Tot op de dag van vandaag word ik daaraan herinnerd.

Delaine is lid van de cliëntenraad en blogt iedere drie weken. Op haar tiende is zij uit huis geplaatst. Zij woonde in de crisisopvang, een leefgroep, gezinshuis, kamertrainingscentrum én in een woongroep. Inmiddels heeft zij haar studie afgerond en is zij begonnen met een 2e hbo studie. In hartje Utrecht heeft zij haar eigen studio, een groot sociaal netwerk en is ze druk bezig met het opbouwen van haar toekomst. Zij is een rolmodel voor jongeren die het op dit moment moeilijk hebben.