Waar ben je naar op zoek?

[Blog] Als 13-jarig meisje stond ik ’s avonds om half 12 buiten op straat

Na Kinabu verhuisde ik naar een gezinshuis in Maarsbergen, op het terrein van Valkenheide. Veel typische herinneringen aan het gezinshuis op Valkenheide heb ik niet zoals ik die wel had bij het COZU, Kinabu of andere plekken waar ik gewoond heb. Waarom? Misschien omdat het allemaal niet heel positief was, maar ook niet heel negatief.

Toen ik naar Maarsbergen verhuisde, zat ik nog op de basisschool in Zeist. Ik maakte de basisschool op dezelfde school af, wat betekende dat ik rond 7.15 uur op de fiets zat naar de bushalte. Dan zat in ± 45 minuten in de bus en moest ik het laatste stukje nog naar school lopen.

Tegenwoordig kies je als kind je middelbare school. Ik had niet echt een keuze. Ik ging naar het SGM, een school voor vmbo-scholieren waar vooral leerlingen van buitenaf op zaten. Ik maakte er vrienden en vriendinnen. Zoals dat het er toen uitzag zou ik op Valkenheide voor een langere periode gaan wonen. Vriendinnen maken had dus ‘nut’ in mijn ogen want het vooruitzicht was dat ik niet weer binnen 1,5 tot 2 jaar zou verhuizen.

Hvp-gesprekken
Eén hvp-gesprek kan ik mij nog goed herinneren. Mijn biologische ouders waren daar nooit tegelijkertijd bij aanwezig, een wens die Bureau Jeugdzorg wel had. Zij vonden het belangrijk dat mijn biologische ouders Janny* en Richard* beiden aanwezig zouden zijn. Bart, de toenmalige partner van Janny, maakte tijdens het eerste hpv-gesprek op Valkenheide een opmerking die mij altijd bijgebleven is. Hij zei tegen Hanneke mijn gezinsvoogd: “Elke keer als jullie beginnen over Janny en Richard in dezelfde kamer krijgen, zie je de angst in de ogen van Delaine. Voor wie is het belangrijk dat zij in dezelfde ruimte kunnen zitten?” Janny en Richard in dezelfde ruimte was een grote angst van mij. De laatste keer dat ik ze samen in een ruimte had gezien, was toen ik 7 of 8 jaar oud was, bij de Raad voor de Kinderbescherming. Dat liep uit op een ruzie omdat Richard en Janny het niet eens werden over het karakter van één van mijn broers. Na die opmerking van Bart, heb ik Hanneke en de rest van de hulpverlening nooit meer gehoord over mijn biologische ouders in hetzelfde gesprek krijgen.

Gezinshuis of groep?
Toen ik naar Valkenheide verhuisde, had ik de verwachting dat we een ‘gezin’ zouden vormen. Dat iedereen gelijk was aan elkaar, ondanks dat ik natuurlijk heel goed snapte dat ik niet een biologisch kind van de gezinshuisouders was. Maar de kinderen van de gezinshuisouders woonden niet bij ons in hetzelfde huis, zij woonden in een huis dat naast het gezinshuis stond. Zij kwam alleen tijdens etenstijd bij ons in huis en als ze hun ouders nodig hadden.

’s Avonds rond het 8-uur journaal vertrokken wij als gezinshuiskinderen naar de speelkamer. De gezinshuisouders en hun biologische kinderen keken dan samen het journaal. Daarna was het bedtijd en moest ik naar boven. Het gezinshuis op Valkenheide voelde nooit als een geheel of als mijn thuis. Ik sprak ook altijd over ‘de groep’ tot grote irritatie van de gezinshuismoeder, maar het voelde voor mij simpelweg niet als thuis.

Contact met Janny en Richard
Ik woonde iets langer dan een half jaar op Valkenheide toen het contact met Janny vanuit haar kant verbroken werd met mij. Janny had te veel moeite met het verleden en ik deed haar aan het verleden denken. Hierdoor was ik om het weekend op Valkenheide, het weekend dat zij niet ‘gesloten’ waren. Want net als op Kinabu was het gezinshuis op Valkenheide om het weekend gesloten en moest je naar ‘huis’ of naar het ‘logeerhuis’.
Tijdens een van de weekenden bij Richard ontstond er een mega ruzie tussen hem en één van mijn broers, zoals ik die van vroeger herkende. Dat resulteerde erin dat ik als 13-jarig meisje ’s avonds om half 12 buiten op straat stond met mijn weekendtas. Richard vond dat het weekend wel mooi was geweest en dat ik naar huis moest na de ruzie. Zonder geld, zonder beltegoed stond ik daar. Met één van mijn broers naast me, die mijn zus belde en haar smeekte mij op te halen anders kon ik nergens naar toe. Mijn zus kwam en bracht mij, met alle goede bedoelingen, naar Janny. Maar daar had ik al maanden geen contact meer mee. Ik wilde niet naar Janny maar wist ook dat er voor die avond geen andere optie was.
Janny bracht mij zondagavond weer naar Valkenheide. Vanaf dat moment was het contact met allebei mijn biologische ouders heel minimaal. Ik ging in de weekenden niet meer naar ‘huis’ en moest eens in de twee weken naar de ‘logeergroep’.

Ik voelde mij niet veilig
De gezinshuisvader op Valkenheide had een eigenschap die ik erg herkende van Richard. Als iets niet helemaal ging zoals dat de bedoeling was, kon hij erg zijn stem verheffen. Iets waar ik heel erg bang van werd. Dat samen met het gevoel dat ik er niet bij hoorde, maakte dat ik op Valkenheide niet op mijn plek zat.
Ik sprak die gevoelens een keer uit tijdens een weekend in het ‘logeerhuis’. De logeerhuisouders namen mijn signaal heel serieus en gingen ermee aan de slag. Dat resulteerde erin dat ik op zondagavond terug kwam in het gezinshuis en die woensdag ochtend als crisisplaatsing ergens anders moest gaan ‘logeren’.

Crisisplaatsing
Op dinsdagavond werd mij verteld dat ik voor minstens drie weken ergens anders moest gaan logeren. Er was een gezinshuis in Houten gevonden waar ik naar toe kon. Ik had diezelfde avond en woensdagochtend om mijn spullen in te pakken. Ik baalde. Na 1,5 jaar moest ik wéér verhuizen. Hoezo had ik mijn mond niet gehouden? Dat is wat ik eerst dacht, niet wetende dat die crisisplek in Houten, mijn echte nieuwe thuis ging worden.

*gefingeerde namen


Delaine is lid van de cliëntenraad en blogt iedere drie weken. Op haar tiende is zij uit huis geplaatst. Zij woonde in de crisisopvang, een leefgroep, gezinshuis, kamertrainingscentrum én in een woongroep. Inmiddels heeft zij haar studie afgerond en is zij begonnen met een 2e hbo studie. In hartje Utrecht heeft zij haar eigen studio, een groot sociaal netwerk en is ze druk bezig met het opbouwen van haar toekomst. Zij is een rolmodel voor jongeren die het op dit moment moeilijk hebben.