Waar ben je naar op zoek?

[Blog] Er werd je bijna dagelijks verteld of je het wel goed genoeg deed

Ik was 10 jaar oud toen ik naar Kinabu verhuisde. Kinabu had een groot terrein, in de bossen van Zeist. Op het terrein stonden allemaal verschillende huizen met de uitstraling van Center Parcs. Mensen die bij mij op bezoek kwamen vertelden mij vaak, dat ik blij moest zijn met de plek waar ik woonde. Het was zo’n mooie omgeving.

Hmmm, blij zijn met het feit dat je biologische ouders* er zo’n potje van gemaakt hebben? Dat je zonder hen, je broers en  zus ergens op een vreemde plek woont? Blij zijn dat je als 10-jarig meisje al voor de 7e keer in je leven verhuisd bent? Als 10-jarig meisje relativeer je gebeurtenissen niet op die manier. Ik was opnieuw alleen op een plek die niet gelijk als veilig voelde. Weer een nieuw ritme vinden, aan nieuwe mensen wennen, nieuwe groepsleiders, regels, omgeving. Voor de 7e keer was alles weer nieuw.

Puntenkaart
Op Kinabu woonde ik op de groep die de Wigwam heette. Daar werd gewerkt met een puntenkaart. Die puntenkaart was volgens mij groen. Je begon met dagdoelen en aan het einde van de dag werden je doelen met punten beoordeeld. Als je voldoende punten had gehaald mocht je iets uit de beloningsbak uitzoeken. Had jij je punten niet behaald, dan kreeg je niets en moest je de volgende dag beter je best doen. Er waren verschillende fases van de puntenkaart. Van de groene puntenkaart ging je naar de gele met grotere beloningen. Na de gele puntenkaart kwam de rode met weekdoelen. Dan had je het spelletje uitgespeeld. Het idee van de puntenkaart met beloningen was vast goed bedoeld, maar er werd je bijna dagelijks verteld of je het wel goed genoeg deed.

‘Ik wil niet bij één van de twee wonen’
Tot op de dag van vandaag heb ik nog contact met Hanneke, mijn gezinsvoogd van toen. Hanneke is al langer een stabiele factor in mijn leven, dan dat mijn biologische ouders dat ooit voor mij geweest zijn. Al 15 jaar lang, waar ik Hanneke tot op de dag van vandaag dankbaar voor ben. Toen ik op Kinabu woonde en het contact met Janny en Richard hersteld was, werd er gekeken of ik misschien weer ‘thuis’ kon gaan wonen. Om het weekend ging ik naar één van de twee. Zij wisten heel goed dat er gekeken werd of ik eventueel bij een van de twee kon gaan wonen. De strijd tussen hen merkte ik als kind heel erg. Bij Janny kreeg ik een eigen kamer, elke dag €2 om uit te kunnen geven in de schoolkantine toen ik naar de middelbare school ging etc. Bij Richard zou ik mijn broers en zus veel regelmatiger zien en wonen in het dorp waar ik vandaan kwam etc. Ik werd er gek van als kind en merkte toen al dat het meer ging om het winnen van het gevecht in plaats van dat ze wilden dat ik thuis kwam wonen.

Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat het beter was voor mij was om niet meer bij één van de twee te gaan wonen. De dag dat Hanneke mij dat kwam vertellen, weet ik nog precies. Hanneke kwam en we gingen een stukje wandelen in het bos. Ze  begon te vertellen over het onderzoek en voordat ze bij de uitslag van het onderzoek was, viel ik haar in de rede en zei ik dat ik bij geen van de twee wilde wonen. Ik vertelde dat ik merkte dat ze ruzie om mij aan het maken waren en dat het na een weekend ‘thuis’ weer heel fijn was om op neutraal gebied te zijn.

Belafspraak
Ik ging niet meer ‘thuis’ wonen. Er werd voor mij naar een gezinshuis gezocht. In de tussentijd woonde ik op Kinabu en  ging ik elk weekend nog naar ‘huis’. Kinabu sloot in de weekenden en als je niet naar ‘huis’ kon, dan moest je naar de logeergroep. Elke week moest ik één keer in de week met Richard bellen en één keer in de week met Janny. Voor veel kinderen zullen het leuke momenten zijn, maar ik had er niets mee. Dan was je ’s avond eindelijk lekker aan het spelen en je eigen ding aan het doen en moest je alles laten vallen. Ik deed het voornamelijk voor mijn biologische ouders. Een lange tijd had ik een hekel aan bellen.

Ongezonde relatie met mijn lichaam en eten
Vroeger was ik een beetje een dikkie (waar niets mis mee is!). In de tijd dat ik alleen woonde met Janny, moest ik vaak zelf mijn eigen maaltijden maken. Als kind maak je niet de gezonde, juiste keuzes en als je je al lang eenzaam voelt. kan eten die eenzaamheid opvullen. Een slechte relatie met eten had ik dus al. Op Kinabu werd ik al snel op een streng dieet gezet, waarbij ik ’s ochtends en ’s middags niet meer dan twee boterhammen mocht eten, met niet meer dan twee plakjes op mijn boterham. Er was onder de groepsleiders zelfs discussie of ik mijn boterham dubbel mocht klappen of niet, want extra calorieën. ’s Avonds bij het avondeten mocht ik twee kleine aardappels, groente en een stukje vlees. Als er vlees over was, werd dat verdeeld over alle kinderen. Ik mocht dat niet. Dat viel namelijk buiten mijn dieet. Ook kreeg ik altijd minder chips dan de rest. Ik had al een slechte relatie met mijn eigen lichaam en eten en dit heeft er niet positief aan bijgedragen.

De volgende plek
Iets meer dan 1,5 jaar woonde ik op Kinabu. Er werd gezocht naar een gezinshuis, een nieuwe plek. Meerdere dagen liep ik mee binnen het gezinshuis op Valkeheide. Hanneke besprak goed met mij of ik het zag zitten om daar te gaan wonen. Ja, dat zag ik zitten. Dus vertrokken Hanneke en ik weer met een auto vol spullen naar de volgende plek. Fun fact: het beddengoed dat ik als afscheidscadeau op Kinabu kreeg, heb ik nog steeds 😉!

*Mijn biologische ouders noem ik al circa 10 jaar niet meer ‘mijn ouders’, maar biologische ouders of bij de voornaam. Om de tekst beter leesbaar te maken en vanwege privacy, heb ik de namen van hen veranderd

Delaine is lid van de cliëntenraad en blogt iedere drie weken. Op haar tiende is zij uit huis geplaatst. Zij woonde in de crisisopvang, een leefgroep, gezinshuis, kamertrainingscentrum én in een woongroep. Inmiddels heeft zij haar studie afgerond en is zij begonnen met een 2e hbo studie. In hartje Utrecht heeft zij haar eigen studio, een groot sociaal netwerk en is ze druk bezig met het opbouwen van haar toekomst. Zij is een rolmodel voor jongeren die het op dit moment moeilijk hebben.