Waar ben je naar op zoek?

Een grenzeloze ijsbreker

Eline Schouten was teamleider bij Parlan (Transferium Jeugdzorg) toen Bram, een ‘naam in jeugdzorgland’ negen jaar geleden in haar groep werd geplaatst.

“Bram was ‘een naam in jeugdzorgland’. Zo werd hij aangekondigd toen hij negen jaar geleden opgenomen werd bij ons. Het was een beschadigde jongen die vrij veel agressie liet zien. Hij was vijftien of zestien jaar en had al heel wat plekken gehad. Ik was leidinggevende van de groep waar hij geplaatst werd.

Mijn onderbuik zei dat ik niet te veel moest duwen en trekken aan Bram. Al snel liet hij ook bij ons ontwrichtend gedrag zien. Hij maakte ruzie met de begeleiding en stookte andere jongeren op. We voerden Bram-diensten in. Als leidinggevende draaide ik af en toe zelf een dienst als ik het rooster niet rond kreeg. Tijdens mijn eerste Bram- dienst ging ik ijs eten met hem. In de ijssalon voelde Bram feilloos mijn beperkte mate van grenzen stellen aan, hij bestelde twaalf bolletjes. Ik wilde dat hij het goed had, maar twaalf bolletjes was natuurlijk overdreven. Toch liet ik het gaan.

Bram zat veel in de afzondering. Op een dag had hij zich opnieuw misdragen. Voor straf werd hij weer gesepareerd en mocht hij bovendien niet meer op verlof naar zijn moeder. Niemand durfde hem dat te vertellen, dus moest ik het doen. Woest was hij. Hij ging neus aan neus staan. Ik was echt bang dat hij me ging slaan, maar dat deed hij niet, waarschijnlijk omdat ik hem vertelde dat ik bang voor hem was op dat moment. Collega’s pakten hem vast en voerden hem af. Het liet zien hoe loyaal hij aan zijn moeder was.

Na anderhalf jaar moest Bram weg nadat hij een collega zou hebben bedreigd met een wapen. Hij werd overgeplaatst naar de jeugdgevangenis. Ik vond het verschrikkelijk en moest enorm huilen omdat ook wij het niet gered hadden. Iedere maand stuurde ik hem een kaartje. Soms zocht ik hem op. Daar snapte hij niets van. Later werd hij overgeplaatst naar een ggz-instelling. Ook daar zocht ik hem op. Op zijn kamer zag ik mijn kaartjes keurig met een elastiekje op tafel liggen. Blijkbaar waren ze belangrijk voor hem. Die avond zei ik tegen mijn man: “En nu zet ik door, ik laat hem niet meer los.”

“Met de kennis van nu hadden we hem veel beter kunnen behandelen”

Toen hij bijna achttien was, ging hij terug naar zijn moeder. Ons contact stagneerde, maar een paar jaar later vond ik hem terug via Facebook. Hij was 23 jaar inmiddels. Ik stuurde hem een berichtje en hij reageerde. Hij woonde op een kamer. Daar haalde ik hem een paar weken later op en samen reden we naar het strand. In alle eerlijkheid vertelde ik Bram dat we hem vele malen beter hadden kunnen behandelen met de kennis van nu. We waren tekortgeschoten. Hij kon er niet zoveel mee. Hij leefde als een kluizenaar, gamede veel en wilde wat aan zijn blowen doen.

Na een paar maanden vertelde hij dat hij zijn kamer uit moest. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Zijn veilige hokje was weg. Hij werd somberder, ging nog meer blowen en ondanks zoekpogingen via kamernet en anti- kraak kwam er geen geschikte woonruimte. Tegen mijn man zei ik toen dat ik Bram in huis wilde nemen als hij echt op straat zou komen te staan. Mijn man had Bram nog nooit gezien, maar ging direct akkoord.

Bram woonde drie weken bij ons op zolder. Dat ging verbazingwekkend makkelijk in ons gezin. Mijn dochter en hij hadden direct een klik, maar het was natuurlijk geen structurele oplossing. Die kwam na bemoeienis van mijn leidinggevende via de gemeente. Omdat Bram bestempeld werd als risicojongere, mocht hij meedoen aan een nieuw project waarin de gemeente kamers voor een kwetsbare doelgroep regelde. Totdat die woonruimte gevonden was, mocht Bram in een hotel verblijven.

Na drie maanden kreeg hij een appartement. Daar woont hij nog steeds. Zijn leven is nog niet stabiel, maar hij werkt eraan. Op de feestdagen is hij soms bij ons. Mijn man, dochter en ik gaan iedere maand bij hem eten. Mijn dochter van dertien ziet hem als een grote broer. En hij verwent haar. Dan geeft hij haar twee ijsjes na het eten en knipoogt hij naar mij: “Jij hebt niks te zeggen, het zijn geen twaalf bolletjes.”

Ik weet niet precies wat het is tussen Bram en mij. Noem het vriendschap of naastenliefde. Misschien komt het omdat ik altijd een groot gezin wilde en dat niet is gelukt. Maar maakt dat iets uit? Ik laat hem toch nooit meer los.”


Bovenstaande is deel 6 uit ‘Jeugdzorgprofessionals over die ene jongere, twintig verhalen uit het hart’. In deze serie vertellen professionals over die ene jongere die ze nooit vergeten zijn. Half februari komt het boek uit. Op deze pagina wordt elk verhaal afzonderlijk gepubliceerd: https://www.jeugdzorgnederland.nl/die-ene-jongere/