Waar ben je naar op zoek?

Interview met bestuursvoorzitter Krijnie Schotel

Op 16 maart trad Krijnie Schotel (61) toe tot de Raad van Bestuur van Samen Veilig Midden-Nederland. Ze is van origine een gedragswetenschapper/psychotherapeut en al haar hele leven werkzaam in de jeugdhulpverlening. Tijd om kennis te maken met de nieuwe bestuursvoorzitter.

Krijnie: “Voor mijn overstap naar Samen Veilig Midden-Nederland heb ik 13 jaar voor Horizon Jeugdhulp en Speciaal Onderwijs gewerkt. Horizon is een grote aanbieder op het gebied van jeugd- en opvoedhulp, van pleegzorg tot jeugdzorg plus. Door samenwerking binnen de samenwerkingsalliantie iHUB werd de organisatie groter en groter. Ik wilde juist naar een wat kleinere organisatie om meer gevoel te hebben bij de mensen die er werken. Ik wilde wel graag in de jeugdhulp blijven, omdat ik mijn netwerk, ervaring en kennis mee wilde nemen. De jeugdbescherming en Veilig Thuis zijn andere schakels in de keten. Dat is nieuw voor mij en ik wil graag datgene wat ik weet en ken inbrengen in een organisatie die meer aan de voorkant opereert.”

Op meer afstand van de cliënt.
“Als bestuurder werk je niet expliciet met cliënten, maar met medewerkers en managers om sturing en leiding te geven aan de organisatie. Na een half jaar kan ik wel zeggen, dat de cliënt inderdaad verder weg is. Samen Veilig is vooral ambulant aan het werk. Als ik op kantoor arriveer, dan zie ik wat cliënten die op gesprek komen. Maar daar houdt het dan ook mee op. Bij Horizon had ik mijn kantoor als bestuurder op een locatie waar de residentiële jeugdhulp werd gegeven. Ik kwam binnen en bewoog me tussen de kinderen. Dat maakt het wezenlijk anders.”

Je begon op 16 maart vanuit huis, net als alle andere medewerkers, omdat we door de coronacrisis in een intellectuele lockdown kwamen. Dat is een rare start.
“Dat is héél raar. Vooral als je je bedenkt dat je eerste 100 dagen heel belangrijk zijn. Je wilt een goede indruk maken, maar hoe doe je dat? Daar heb ik me zeker zorgen over gemaakt. En nog wel eens. Als ik nu op locaties langs ga, dan zie ik sommige mensen nog niet, omdat we met een 50% maximale bezetting werken. Heel veel mensen werken nog thuis. Dat gaat overigens prima, maar… bij het elkaar leren kennen hoort meer dan alleen maar beeldbellen. Het even elkaar zien, proeven en ruiken, hoort bij het kennismaken. Dat vind ik nog steeds wel lastig.”

Je hebt je er wel goed doorheen geslagen.
“Ik had toen ik binnenkwam een coronacrisis te managen. Daarmee ben ik veel sneller de diepte in gegaan en met mensen samen gaan werken. Crisismanagement betekent direct hands-on dingen doen. Ik ben wat strakker in de leiding geweest, dan ik ooit van plan was in die eerste maanden. Je gaat ervan uit dat je eerst de mensen en de organisatie leert kennen. Dat was nu niet aan de orde. Dan is het best lastig om de juiste toon en woorden soms te vinden. Dat is volgens mij best wel goed gegaan.”

In de sollicitatieprocedure zul je vast tegen de reputatie zijn aangelopen van Samen Veilig Midden-Nederland, dat soms behoorlijk onder vuur ligt. Hoe keek je daar naar?
“Natuurlijk heb ik Samen Veilig gegoogled en dan kom je heel veel tegen, maar dat heeft mij niet afgeschrikt. Ik heb de afgelopen 20 jaar al behoorlijk wat om mijn oren gehad. Ik heb tien jaar in een tbs-kliniek gewerkt en bij Jongerenhuis Harreveld, dat ook midden in de mediabelangstelling stond toen ik binnenkwam. Op zich houdt dat me dat niet tegen. Ik denk dat er samen met de collega’s voor Samen Veilig een prachtige uitdaging ligt. Als ik me verdiep in wat is geweest en hoe met de Veranderagenda verschillende zaken zijn opgepakt, dan lees ik heel veel inhoudelijke verbeterslagen. Het gaat over transparantie en communicatie, het luisteren naar de cliënt, de cliëntstem naar binnen halen, meer openstaan voor de wereld om ons heen en minder naar binnengericht. Ook na de gesprekken met de Raad van Toezicht en Paul (Janssen, de collega bestuurder – red.) dacht ik, dat ik van waarde kan zijn om dat proces mee te helpen vorm te geven. Om er met mijn inbreng een bepaalde kleur aan te geven. ”

Wat breng jij dan specifiek mee om de organisatie die volgende stap voorwaarts te laten maken?
“Ik ben van de verbinding, wat de randvoorwaarde is om gedrag te laten veranderen. Of het nou de verbinding is met de cliënt of met een medewerker, een leidinggevende of met je collega-bestuurder. Het is heel belangrijk om uiteindelijk te zoeken naar het juiste perspectief om mensen in hun kracht te zetten. Dat breng ik mee. Mensen laten weten, zoeken en ervaren waar hun kracht ligt. En laten ervaren dat ze de moeite waard zijn. Dat ze meer kunnen dan ze ooit bedacht hebben. Of dat ze ook zelf kunnen kiezen. Ook al zit je in een heel belabberde situatie. Als je dat kunt laten ervaren en laten voelen – in verbinding – dan gaan mensen hun gedrag veranderen. En dat geldt voor jou, voor mij en voor die cliënt. Dat is de rode lijn die ik wil aanbrengen in alle lagen van de organisatie.”

Als ik je zo hoor praten, dan luister ik naar de gedragswetenschapper in jou. Was dat wat deze organisatie nodig had?
“Dat vind ik moeilijk om te beantwoorden. Laat ik het anders zeggen: ik ben er wel op uitgekozen. Dit is namelijk wat ik ingebracht heb in de gesprekken. Ik heb meegekregen dat dit de meerwaarde voor de organisatie kan zijn. Dat deze toon en inhoud kunnen helpen in het proces waarin we ons bevinden.”

Die meerwaarde is ook nodig als mensen het niet eens zijn met onze beslissingen en de (sociale) media opzoeken. Wat doet dat met jou als bestuurder?
“Ik voel altijd compassie met de partijen die hierbij betrokken zijn. Dan realiseer ik me hoe ingewikkeld situaties zijn voor de ouders, die allemaal hun uiterste best doen voor hun kind. En hoe ingewikkeld het is voor die medewerker, die zowel een maatschappelijke opdracht heeft als vanuit passie voor het werk de goede dingen wil doen voor die kinderen en hun ouders. Als bestuurder bedenk je ook altijd wat het voor je organisatie betekent. Anders zou ik niet op deze plek zitten. Ik denk ook aan hoe ik met ophef, of mediageweld moet omgaan, zonder defensief te worden en zonder de organisatie te beschadigen. Ik sta voor de medewerkers en voor de organisatie vanuit de maatschappelijk opdracht die we hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we vanuit passie de goede dingen doen. Tegelijkertijd moet ik me verantwoorden naar wethouders en soms de raad. We willen leren van fouten. Daarin breng je balans aan tussen uitleggen en soms verdedigen. Soms hand in eigen boezem steken als we een fout hebben gemaakt. Soms een wat strakkere opstelling als we onheus worden bejegend. Het is die balans die ik moet vinden, om met al die partijen en omgeving, die allemaal hun invloed hebben op onze organisatie, om te gaan.”

Collega-bestuurder Paul Janssen gunt het ouders en kinderen dat in de toekomst de jeugdbescherming niet meer nodig zal zijn. Op kortere termijn wellicht nog niet, maar waar staat Samen Veilig Midden-Nederland over vijf jaar?
“Dat is een mooie gedachte en vooral een ambitieus vergezicht. Tegelijkertijd vraag ik me oprecht af of het haalbaar is. Nul ondertoezichtstellingen of uithuisplaatsingen zijn een lonkend perspectief. Ik voel op de korte termijn de opdracht en de uitdaging om ons in de keten van de jeugdbescherming en Veilig Thuis te verbeteren, te versnellen en dubbelingen eruit te halen ten behoeve van de kwaliteit van de dienstverlening aan de cliënt. Of door dingen anders te organiseren, minder nodig te zijn op bepaalde onderwerpen. Daar zou ik het liefste direct aan beginnen. Om in die keten optimaal te zoeken naar wat écht onze meerwaarde is voor de cliënt in het proces en wat beter op een andere manier kan, of bij een andere organisatie. Wat blijft dan echt over als kernactiviteit, waarin wij meerwaarde hebben voor de cliënt? Dan zou de organisatie weleens kleiner en gespecialiseerder kunnen worden. Ik denk dat je dan betere kwaliteit kunt leveren aan cliënten.”

Wil je nog iets kwijt tot slot?
“Ik wens dat we ons nog meer bewust worden van het spanningsveld waarin we werken; onze professionele rol, onze maatschappelijke opdracht en het juridisch kader waar binnen we werken. Dat betekent dat er altijd sprake is van machtsongelijkheid. Dat is een gegeven. En daar binnen optimaal samenwerken en de cliënt de regie laten houden op hun eigen proces, de keuzes en het perspectief. Daar kunnen we medewerkers nog beter in opleiden en begeleiden. Echt samen werken aan veiligheid, ja…”

Jacques Happe
Hoofd Communicatie