Waar ben je naar op zoek?

Vooral het gezin profiteert van de kracht van samenwerking: pilot Jeugdbescherming Utrecht-West

In mei 2020 is de pilot Jeugdbescherming Utrecht-West van start gegaan in de gemeenten Montfoort en Oudewater. In de pilot werken deze gemeenten samen met de Raad voor de Kinderbescherming, SAVE, Veilig Thuis Utrecht en de William Schrikker Stichting aan het vereenvoudigen van de jeugdbeschermingsketen. Met succes. In de loop van 2020 hebben ook de gemeenten Woerden en Stichts Vecht zich aangesloten en inmiddels heeft ook de gemeente De Ronde Venen aangegeven belangstelling te hebben voor deelname aan de pilot. We spreken Andrea Godeke van Jeugdteam Montfoort en Lianne Groot van SAVE over de vernieuwende aspecten van deze pilot.

Wat beoogt de pilot?
Lianne: “De pilot Jeugdbescherming- Utrecht-West richt zich, net als de pilot Ketenversnelling in Utrecht Overvecht, op het versterken en versnellen van de samenwerking in de jeugdbeschermingsketen. Alles om gezinnen beter te ondersteunen en sneller de juiste hulp te kunnen bieden door samen kritisch te kijken naar wat er nodig is. We willen een gezin niet van organisatie naar organisatie verwijzen, maar met elkaar in een vroeg stadium beoordelen wat er nodig is om het gezin te helpen.”
Andrea: “Zo halen we het ‘dubbel doen’ uit de keten. Nu is het zo dat het lokale team er iets van vindt, dan vindt Veilig Thuis er iets van en dan vindt SAVE er iets van. Dat kost tijd, tijd die we beter kunnen benutten om het gezin te helpen. Met deze pilot willen we bewerkstelligen dat we eerder met elkaar bepalen wat er nodig is, wat er moet gebeuren en wie wat doet.”

Wat is de aanleiding geweest voor de pilot?
Andrea: “De aanleiding voor de pilot was de gezamenlijke wens om op een andere manier te gaan werken als er zorgen zijn over de veiligheid en stabiliteit van opvoedingssituaties. De druk in de keten is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Na de transitie in 2015 is niet alleen het aantal meldingen bij Veilig Thuis toegenomen, maar ook het aantal schakels in de keten. Door de inrichting van het systeem schuiven gezinnen  van Veilig Thuis door naar lokaal, naar een Gecertificeerde Instelling in de regio (SAVE of William Schrikker -red.), weer terug naar lokaal of naar de Raad voor de Kinderbescherming. Dat moet anders. Voor de gezinnen, maar ook voor de jeugdprofessionals die kampen met een enorme werkdruk door toegenomen bureaucratie. We willen terug naar de vraag ‘Wat is goed voor dit kind, dit gezin in deze situatie?’. Door gezamenlijk in een vroeg stadium deze vraag te stellen, willen we niet meer na, maar met elkaar nadenken over wat kind en gezin nodig hebben.“
Lianne: “In de jeugdbescherming zijn we gewend om veel dingen na elkaar te (moeten) doen. Daardoor duurt het soms onnodig lang om voor gezinnen de juiste hulp in te zetten. Er zijn veel partijen betrokken, dat vertraagt. We hebben gemerkt dat het anders kan als we anders samenwerken. Het uitgangspunt is om het gezin centraal te stellen en van daaruit met elkaar na te denken over wat het gezin nodig heeft om de zorgen te doen laten afnemen en de onveiligheid op te heffen. De volgende vraag is dan: wie hebben we hier voor nodig en wat is er nodig om dit in gang te zetten?”

Hoe kom je tot een andere manier van werken en samenwerken?
Andrea: “Om een andere manier van werken te ontwikkelen zijn we gestart met het organiseren van methodische leerbijeenkomsten. Wineke van Ravenstein, gedragsdeskundige van het Jeugdteam Montfoort, begeleidt deze leerbijeenkomsten waarbij de professionals die bij een gezin betrokken zijn om de tafel zitten. Daar wordt de vraag ‘Wat heeft dit kind, dit gezin in deze situatie nodig?’ op tafel gelegd. Zo kijken we samen naar wie betrokken is en waarom. We merken dat we door de gezamenlijkheid  meer gebruik maken van de verschillende perspectieven van waaruit een ieder naar de situatie kijkt. We leren om niet langer ieder vanuit het eigen protocol te kijken, maar vooral ieders expertise te benutten en samen naar de gezinssituatie te kijken. Zo komen we eerder tot een gezamenlijk visie over wat er nodig is voor het kind en het gezin en denken we eerder samen na over hoe kunnen we het kind en het gezin in deze situatie helpen. Dat samen tot een oordeel komen leverde eerst echt wel onderlinge ‘struggles’ op. Het werd door deze nieuwe manier van samenwerken ook heel inzichtelijk dat we als afzonderlijke instanties heel anders kijken naar en oordelen over de problemen van gezinnen. Inmiddels hebben we ontdekt dat ieders expertise, ieders visie ook een toegevoegde waarde heeft.”
Lianne: “Deze methodische leerbijeenkomsten worden langzaamaan breder gedragen, ook vanuit andere organisaties in het jeugdbeschermingswerkveld, waardoor we al reflecterend van elkaar leren. Als je de expertises bundelt om eerder en vooral gezamenlijk tot een oordeel te komen, dan heeft vooral het gezin daar baat bij: we zijn slagvaardiger en sneller. Dat zien we terug in de praktijk en krijgen we terug van de gezinnen waar we bij betrokken zijn.”

Meer over
Initiatiefnemer van de pilot Jeugdbescherming Utrecht-West is Adri van Montfoort, directeur van Stichting de Thuisbasis, de organisatie achter de lokale teams van Montfoort en Oudewater.

Adri: “Er is veel kritiek op hoe de huidige jeugdbeschermingsketen functioneert. Kritiek vanuit de Inspecties, de politiek en de media. De keten is overbelast, er zijn veel schakels en te lange doorlooptijden. In 2018 is het landelijk actieprogramma Zorg voor de Jeugd gestart. In dat programma zit een actielijn om tot verbetering van de jeugdbeschermingsketen te komen. In het kader van dat programma lopen er in meerdere regio’s pilots die die verbetering beogen. De pilot Jeugdbescherming Utrecht-West maakt formeel geen onderdeel uit van het landelijk actieprogramma, maar we hebben directe lijntjes met de Pilot Ketenversnelling die in Utrecht Overvecht loopt vanuit het landelijke actieprogramma. De pilot Jeugdbescherming Utrecht-West beoogt hetzelfde als de pilots uit het actieprogramma: de keten korter en eenvoudiger te maken, kinderen beter te beschermen, meer samen te werken met de gezinnen en een efficiënter gebruik van de jeugdbescherming. In de pilot zijn we vanuit de praktijk op zoek gegaan naar een samenwerking die dat mogelijk maakt. We beogen zo ook minder inzet van Veilig Thuis te realiseren en vooral ook minder inzet van SAVE als er nog geen jeugdbeschermingsmaatregel is (SAVE-begeleiding – red.). Nu, bijna een jaar verder, zien we dat ook gebeuren: het systeemdenken vermindert, het aantal SAVE-begeleidingen loopt terug. De samenwerking focust zich op de inhoud. Het gaat niet meer over “ja, maar wij moeten dit doen want …” . Het gaat nu over maatwerk mogelijk maken: “wat heeft dit gezin nodig en wie pakt dat op?”. Dat is pure winst, allereerst voor het gezin, maar ook voor de medewerkers: hoe fijn is het als je je eigen expertise in kunt zetten om eerder en met elkaar tot de best passende ondersteuning voor een gezin kunt komen? De pilot is het stadium van pilot ontgroeid en gaat nu verder als permanente beweging. De resultaten zullen, samen met die van de andere pilots, hopelijk hun beslag krijgen in een stelselwijziging die hopelijk niet al te lang meer op zich laat wachten. De noodzaak van de pilot toont aan dat het anders moet, het succes van de pilot laat zien dat het anders kan.”