Waar ben je naar op zoek?

Vragen stellen hoort bij goed toezicht; Kennismaking met Hans Schoo, voorzitter Raad van Toezicht

Op 1 januari startte Hans Schoo als voorzitter van de Raad van Toezicht bij Samen Veilig Midden-Nederland, nadat de bestuurstermijn van Mariëlle Rompa statutair afliep. Wie is haar opvolger en waar gaat hij als toezichthouder op letten?

Hans Schoo (58) werkt in Arnhem als bestuurder bij Rijnstate, het regionale ziekenhuis in Arnhem, Velp en Zevenaar. Hij is opgeleid als verpleegkundige en studeerde daarna nog kunstgeschiedenis. “Puur voor de lol”, zoals hij zelf zegt. “Ik kon ermee wachten tot ik 65 was, maar ik heb met heel veel plezier doorgeleerd.” Hij woont doordeweeks in Arnhem en in de weekenden in Bergen met zijn man Wim. Schoo kwam al snel na zijn opleiding in het management terecht. Eerst in de Amsterdamse thuiszorg en daarna 14 jaar in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. In 2015 ging hij naar de Inspectie Gezondheidszorg, waar hij hoofdinspecteur curatieve zorg, geneesmiddelen en medische technologie werd. Hans vervolgde in oktober 2017 zijn carrière als bestuurder bij Rijnstate. Op 1 januari is hij bij Samen Veilig Midden-Nederland gestart als voorzitter van de Raad van Toezicht.

Op afstand
Bij Samen Veilig Midden-Nederland staat Hans als toezichthouder verder op afstand van de zorg dan als bestuurder van een ziekenhuis. “Maar ook in Rijnstate verleen ik zelf geen zorg. Mijn missie is dat ik zorg dat anderen kunnen zorgen. Daar schep ik de voorwaarden voor. Zoals ik in het leven sta, wil ik niet alleen maar mijn kennis en kunde inzetten voor wat ik professioneel doe, maar ook iets terugdoen. Toen ik bij de Inspectie werkte heb ik gezien dat toezicht van groot belang is. Ik wilde toezichthouder worden waar er ingewikkelde vraagstukken zijn, zoals bij Samen Veilig. Ik vind het mooi om te zien of de organisatie in staat is om daar een antwoord op te vinden. En of ik daarbij kan helpen door mijn vragen en mijn wijze van toezicht. Dat drijft mij vanuit mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Gedwongen zorg
“Toen ik bij de Inspectie werkte waren we bezig om te fuseren met de Inspectie op de Jeugdzorg. Daar heb ik de nodige ervaring opgedaan met casuïstiek en hoe toezicht daarop verloopt. Vooral ook dat het iets anders is dan bij een curatieve organisatie, waar mensen naar toe verwezen worden als ze ziek zijn. Als mensen zich al bij Samen Veilig melden met de mededeling help mij, dan ontstaat er vaak een verplichting. Dat is zowel heel uitdagend vanuit het cliëntperspectief, als vanuit de professionals, die de zorg achter de voordeur moeten leveren.”

Verandering
Een wethouder die in de media leest over honderden klachten, denkt dan poeh, wat is daar aan de hand? Rondom kinderen zit zoveel emotie, dat ga je nooit ‘winnen’ in de publieke opinie. Je moet dus een andere manier vinden om toch je verhaal te doen en jezelf goed te positioneren. Dat is de uitdaging. Ik heb Samen Veilig leren kennen als organisatie, die veel meegemaakt heeft in de afgelopen jaren. En van plan is met een heel groot veranderingsprogramma, deels al doorgevoerd en deels nog door te voeren, zich te herpakken. Ik wil met mijn kennis en ervaring, door de juiste vragen te stellen, bijdragen aan het op koers houden van deze mooie organisatie.”

Verantwoordelijkheid
“De andere kant van het verhaal is wat je nu ziet met de lockdown. Er leven zo veel kinderen niet in een veilige situatie. Op school voelen ze zich veilig, maar thuis niet. Die zitten nu de hele dag thuis. Ik vind dat wij een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat die kinderen ook thuis veilig zijn. De aandacht vanuit de media is een kant van het verhaal. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we aandacht vragen voor die andere kant van het verhaal? We zijn met elkaar verantwoordelijk. Je moet je ogen er niet voor sluiten. Mensen kunnen zelf ook wat doen door af en toe aan eens een ander te vragen hoe gaat het met je? Dat geldt bij oudere mensen, maar ook als je een gezin met jonge kinderen in je straat hebt.”

Knoop
“Ik ben een positief ingesteld persoon. Het mooie is, het meeste gaat goed. En dat kleine deel wat niet goed gaat, vraagt veel meer van je aandacht. Het houdt je ook scherp. Als mensen een klacht hebben, bedank ik ze altijd dat ze het onder onze aandacht hebben gebracht. Omdat wij er ook van leren. Wat wij als organisatie niet moeten vergeten te leren, is dat we ook kunnen leren van wat veel vaker goed gaat. Die aandacht hebben we vaak niet. Waarom gaat het meestal goed? Omdat onze mensen professionals zijn. Dat ze geneigd zijn om te leren. Omdat wat we doen wel degelijk impact heeft op mensen. Dat hun leven in de knoop is geraakt en die er niet meer uit kunnen krijgen. Je helpt die knoop weer te ontwarren en vervolgens kunnen ze weer verder. De medewerkers, de professionals van Samen Veilig, zijn vanuit hun kennis en kunde de essentiële schakel tussen hun cliënten en de maatschappij. Dat is een mooie en tegelijk ook ingewikkelde positie die respect verdient.”

Formele rol
“De toezichthouder heeft een aantal formele rollen, zoals de begroting beoordelen en goedkeuren. We hebben ook de werkgeversrol voor de bestuurders en we kijken of er goed verantwoording wordt afgelegd. Of de bestuurders goed in staat zijn om samen te werken. Of de organisatie op koers blijft, komt en doorgaat. Mijn rol is vooral om toezicht te houden. Als toezichthouder probeer je met een macro blik naar de organisatie te kijken om mensen in positie te houden. Ik ben niet degene die het woord voert, want dat doen de mensen die in de organisatie werken. Als er iets aan de hand is, dan zijn de bestuurders als eerste aan zet om met de eigen mensen aan de slag te gaan. De Raad van Toezicht vervult daarin de rol van klankbord voor de bestuurders. Het helpt om met de kennis en kunde van zowel de Raad van Bestuur als de toezichthouders samen tot een oplossing te komen.”

Inhoud
“Wat ik heel belangrijk vind – dat heb ik ook tegen het bestuur en mijn collega-toezichthouders gezegd – we moeten feeling houden met de inhoud van het werk. Dus ik wil dat we op gezette tijden ook op werkbezoek gaan om daar kennis van te nemen. En natuurlijk van de cliëntenraad en ondernemingsraad horen hoe zij naar de organisatie kijken. Dat houdt ons betrokken om de juiste vragen aan het bestuur te stellen. Ik zou het ook op prijs stellen als iemand vanuit de inhoud bij de vergaderingen van de Raad van Toezicht kort vertelt wat er de afgelopen periode gebeurd is. Iets wat fantastisch of top was, maar ook iets wat moeilijk was of niet helemaal goed ging. Zodat wij gevoel houden bij wat in de organisatie speelt. Ik hoop dat we ondanks de coronacrisis in staat zijn om nader kennis te maken. Ik vind het belangrijk, dat mensen weten dat ik er ben als toezichthouder, maar het gaat om hen die samen met de bestuurders in de organisatie werken. Mij past een bescheiden rol.”

Jacques Happe
Hoofd Communicatie