Spoed of crisis contact

Is er gevaar?

Is er een levensbedreigend gevaar? Bel dan onmiddellijk 112.

Bel 112

Geen client bij ons?

Dreigt een situatie thuis of elders uit de hand te lopen en ben je geen cliënt van Veilig Thuis Utrecht of SAVE Jeugdbescherming? Bel dan Veilig Thuis.

Bel met Veilig Thuis 0800-2000

Cliënt bij Veilig Thuis Utrecht?

Ben je cliënt bij Veilig Thuis Utrecht, dan bel je altijd met het hoofdnummer.

Bel met Veilig Thuis 0800-2000

Cliënt bij SAVE Jeugdbescherming?

Ben je cliënt bij SAVE Jeugdbescherming, dan bel je tijdens kantooruren (tussen 08.30 en 17.00 uur) met de medewerker SAVE die jou is toegewezen.

Buiten kantooruren bel je met het onderstaande nummer:

In de provincie Flevoland: bel 088 – 996 3000.
In de provincie Utrecht: bel 0800- 2000.

Samen doen wat helpt & toekomstscenario jeugdbescherming

| BLOG| Alles draait om contact

Blog 30 september 2021 Reading Time: < 1 minuutleestijd

Jaren geleden begeleidde ik vanuit een ondertoezichtstelling een loverboy-meisje. Zij werd uitgebuit door haar loverboy en werd om deze reden o.a. gesloten geplaatst. Dit meisje ging vanuit deze plaatsing weer thuis wonen, maar het ging toch niet. Zij werd steeds geconfronteerd met de plek waar het steeds gebeurde met die loverboy.

Opeens kreeg ik een berichtje van het meisje: Hoi Jacqueline, ik zit in Steenwijk. Zij is met haar rugtas naar Steenwijk gegaan en is via-via bij een kennis terechtgekomen. Zij wilde hier blijven wonen. Ik belde haar ouders en zij konden zich vinden in dit plan. Tsja, wat nu? Ik werk in Utrecht, zij woont in Steenwijk. Je hoeft niet heel veel topografische kennis te hebben om te weten dat dit niet heel dicht bij elkaar ligt. Door de telefoon vroeg zij aan mij of ik haar verder wilde begeleiden. Ik ging met deze vraag naar mijn unitleider Frans. Hij hoefde er niet lang over na te denken. “Als dit meisje dat wil en als jij er ook achter staat, dan moet dat gewoon”, zei hij.

Sindsdien reed ik zeer regelmatig naar Steenwijk. We hielden goed contact en gingen regelmatig ergens iets drinken. In Steenwijk gebeurde ook nog veel met het meisje. Zo is zij vanuit Steenwijk verhuisd. Zij kreeg een vriendje, is met hem gaan samenwonen en werd zwanger. Vervolgens moesten we van alles organiseren voor de baby.
Het toeval wilde dat ik in die tijd ook zwanger was. Samen gingen we naar de Prénatal en de Babydump. Als mensen mij in de winkel aanspraken wat ze voor mij konden doen zei ik: “Nee, we komen nu voor haar”. Dan stond zij naast mij te stralen. We hebben in deze periode samen ook echt veel plezier gehad.

Uiteindelijk heb ik haar begeleid totdat zij 19 jaar was. Haar baby’tje is geboren en het ging goed. Aan het einde van de begeleiding bedankte ze mij voor alles, ik kreeg een mooi cadeau en een warme omhelsing. Ik zei dat ze dit niet hoefde te doen. Het is mijn werk en ik was toch ook degene die haar gesloten had geplaatst. “Wat heb ik dan gedaan dat je mij toch bedankt?” vroeg ik haar. “Jij hebt mij nooit veroordeeld”, antwoordde ze. “Je bent mij altijd blijven volgen en begeleiden. Stond altijd voor mij klaar. “En,” zei ze met een glimlach op haar gezicht, “dat allemaal zelfs ondanks alle stomme dingen die ik heb gedaan.”

Dit is wat mij betreft waar mijn werk om draait. Contact met de ander. Hier maken wij als professionals het verschil. Wij kunnen anderen steun geven, troost en perspectief bieden en er gewoon ZIJN.

Als ik nu kijk naar hoe we de jeugdzorg hebben georganiseerd, dan is de bovenstaande manier van werken simpelweg niet meer mogelijk. De marktwerking heeft toegeslagen. We moeten nu af- en opschalen, doorverwijzen, kijken naar ‘goed genoeg’ en vooral ‘zo kort mogelijk’. Zeer waarschijnlijk liggen hier goed bedoelde uitgangspunten aan ten grondslag, maar ik kan ze niet altijd vinden. Op de langere termijn vraag ik me echt af wat beter is (of zoals je wilt, minder slecht).

Groet,
Jacqueline van den Akker