Spoed of crisis contact

Is er gevaar?

Is er een levensbedreigend gevaar? Bel dan onmiddellijk 112.

Bel 112

Geen client bij ons?

Dreigt een situatie thuis of elders uit de hand te lopen en ben je geen cliënt van Veilig Thuis Utrecht of SAVE Jeugdbescherming? Bel dan Veilig Thuis.

Bel met Veilig Thuis 0800-2000

Cliënt bij Veilig Thuis Utrecht?

Ben je cliënt bij Veilig Thuis Utrecht, dan bel je altijd met het hoofdnummer.

Bel met Veilig Thuis 0800-2000

Cliënt bij SAVE Jeugdbescherming?

Ben je cliënt bij SAVE Jeugdbescherming, dan bel je tijdens kantooruren (tussen 08.30 en 17.00 uur) met de medewerker SAVE die jou is toegewezen.

Buiten kantooruren bel je met het onderstaande nummer:

In de provincie Flevoland: bel 088 – 996 3000.
In de provincie Utrecht: bel 0800- 2000.

Week tegen Kindermishandeling

Week tegen Kindermishandeling 30 Verhalen: MARIANNE over RITA

Ervaringsverhaal 19 november 2019 Reading Time: 4 minutenleestijd

‘Ik kan die boosheid nog steeds voelen’

Iedereen vond Rita een moeilijk mens. Ze maakte altijd ruzie en raakte haar werk kwijt door haar gedrag. Ik weet nog dat ik dacht: je wordt niet zomaar moeilijk. Ik besloot haar te observeren. Seksueel misbruik kwam niet bij me op. Dat was in die jaren geen onderwerp. Het ging over het recht op seksualiteit voor mensen met een verstandelijke beperking.

Begin jaren 80 was ik net afgestudeerd orthopedagoog met specialisatie zwakzinnigenzorg, zoals dat heette. Als teambegeleider kwam ik in het gezinsvervangend tehuis waar Rita woonde met nog 24 anderen. Niet echt kleinschalig, denk je nu, maar indertijd was dat een eerste stap in die richting. Voor die tijd was je met een verstandelijke beperking veroordeeld tot een leven in een instelling ver weg in de bossen.Rita kwam er wonen na het overlijden van haar moeder. Haar vader en broer konden haar niet aan. Ze ging nog wel af en toe een weekendje bij ze logeren. Toen ik haar leerde kennen, was ze een jaar of 40. Niemand wist raad met haar. We deden indertijd niets met diagnostiek, die was door de orthopedagogiek ten grave gedragen.

Alles wees in de richting van seksueel misbruik maar die gedachte stond ik mezelf nog niet toe.

Hoewel het de bedoeling was dat ik als orthopedagoog alleen het team begeleidde, verdiepte ik me ook altijd in de cliënten. Bij Rita kwam ik er niet goed achter wat het probleem was. Pas toen een begeleider me vertelde dat ze elke ochtend om 4.00 uur opstond om de doucheruimte niet te hoeven delen met mannelijke bewoners, begon er een lampje bij me te branden. Alles wees in de richting van seksueel misbruik maar die gedachte stond ik mezelf nog niet toe. Ik realiseerde me wel dat Rita een zwaar getraumatiseerde vrouw was. Toen ook uit onderzoek bleek hoe vaak mensen met een verstandelijke beperking slachtoffer waren van seksueel misbruik, wist ik niet wat ik moest doen.

Uiteindelijk heb ik bij de RIAGG aangeklopt met de woorden: ‘Ik denk dat ze thuis misbruikt wordt, kunnen jullie helpen?’ Als antwoord kreeg ik te horen: ‘Dat doen we niet want ze heeft een verstandelijke beperking.’ Ze gaven me gedragsbeïnvloedende pillen, die zouden haar wel rustiger maken. Zo ging dat toen. Als ik eraan terugdenk, kan ik die boosheid nog steeds voelen. Discriminerend, vond ik hun reactie. Hoe konden ze zo laatdunkend doen over een vrouw die heel hard hulp nodig had?

Tegen beter weten in gaven we haar die pillen, maar die hielpen natuurlijk niet. Toen ben ik zelf met haar gaan praten. Doodeng. Ik wist niet hoe ik zo’n gesprek moest voeren. Wat als ze zou zeggen dat haar vader haar misbruikte? En inderdaad vertelde ze over misbruik. Niet door haar vader, maar door de buurman. Al sinds haar 11e en niemand die het wist. Wat nu? Er waren geen handleidingen en de politie bellen daar dacht je in die tijd niet aan. Het hoofd van het tehuis heeft toen haar vader geïnformeerd maar die geloofde het niet: ‘Dat verzint ze maar, want ze heeft een verstandelijke beperking.’ Datzelfde hoofd heeft de buurman er toen zelf op aangesproken. Dat had effect: het misbruik stopte. Rita vertelde ons dat het niet meer gebeurde.

Met alles wat ik in me had, heb ik geprobeerd Rita te helpen. Ik had geen therapeutische opleiding dus ging ik af op mijn intuïtie. Haar gedrag veranderde niet meteen maar het werd wel rustiger voor haar. Ook omdat we haar een eigen douche gaven, waardoor ze eindelijk weer genoeg slaap kon krijgen.

Door Rita ging ik me verder specialiseren in diagnostiek en behandeling van seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke beperking. Samen met een collega hebben we onze praktijkkennis gebundeld en opgeschreven. Dat resulteerde onder meer in een training om professionals beter toe te rusten als het gaat om seksueel misbruik bij deze kwetsbare mensen.

Vraag gewoon: ‘Maak je wel eens nare dingen mee? Bijvoorbeeld met pesten, slaan of seks?’

We weten nu beter hoe we deze problematiek moeten aanpakken. Toch gaan professionals het onderwerp nog vaak uit de weg. Ik wijt dat aan onze eigen machteloosheid. De angst voor wat je te horen krijgt en de angst om het niet te kunnen oplossen. Ik vind dat we het nodeloos ingewikkeld maken met als excuus dat het te dichtbij komt. Wat een onzin! Seks hebben we allemaal, maar misbruik is wat anders. Die nuchterheid mis ik in de hulpverlening. Het is je vak. Leer praten over seksueel misbruik. Dat doe je toch ook over ADHD? Vraag gewoon: ‘Maak je wel eens nare dingen mee? Bijvoorbeeld met pesten, slaan of seks?’ En dat je het soms ook even niet weet, dat hoort erbij. Natuurlijk gaat er wel eens wat fout. Wees daar eerlijk over, daar leer je van.

Eigenlijk dacht ik na mijn pensioen wel klaar te zijn met dit onderwerp. Maar als ik dan op tv weer een bestuurder een incident zie goedpraten, voel ik die boosheid weer terugkomen en denk ik: ik moet er nog steeds wat mee. Rita heeft een vuurtje in me aangewakkerd en dat laat zich niet zomaar doven.

Marianne was actief als GZ psycholoog en is inmiddels gepensioneerd.

Download het verhaal als pdf


30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 1 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.