Waar ben je naar op zoek?

Eerste resultaten pilot Ketenversnelling

In de Utrechtse wijk Overvecht loopt de pilot Ketenversnelling. De eerste positieve resultaten uit deze pilot dienen zich aan. We praten met Berry Versluis (Veilig Thuis Utrecht) en Barend Smit (Lokalis) over het succes van deze pilot.

Over de pilot Ketenversnelling
De pilot Ketenversnelling richt zich op het versterken en versnellen van de samenwerking in de jeugdbeschermingsketen. Om gezinnen beter te ondersteunen en sneller hulp te bieden, wordt er in deze pilot out-of-the-box een andere manier van werken ontwikkeld. Medewerkers van de deelnemende ketenpartners (Lokalis (buurtteams), Veilig Thuis Utrecht, SAVE, William Schrikker Stichting en de Raad voor de Kinderbescherming) vormen samen het Veiligheidsteam. Twee medewerkers uit het team zijn en blijven betrokken bij het gezin. Is er specifieke expertise nodig? Dan is die via de nauwe samenwerking binnen het Veiligheidsteam snel beschikbaar. Zo wordt gerealiseerd dat er voor het gezin vaste contactpersonen zijn die met hen de situatie in kaart brengen en betrokken blijven bij de eventuele vervolghulp. In vergelijking met de reguliere werkwijze helpt deze manier van werken om snel tot een goede werkrelatie te komen met ouders. Bovendien versnelt deze manier van werken het proces in sterke mate.

De pilot Ketenversnelling maakt onderdeel uit van het landelijke actieprogramma Zorg voor de Jeugd, dat naar aanleiding van de eerste evaluatie van de Jeugdwet is opgesteld. Dit programma bestaat uit zes actielijnen met verbeterplannen. Er zijn zes pilots in uiteenlopende regio’s die landelijk worden aangestuurd door een coördinator aangesteld vanuit de ministeries VWS en Justitie en Veiligheid.

In gesprek over het succes van deze pilot
De eerste positieve resultaten uit deze pilot dienen zich aan. We praten met Berry Versluis (Veilig Thuis Utrecht) en Barend Smit (Lokalis) over het succes van deze pilot.

Waarom zijn jullie deel gaan nemen aan deze pilot?

Berry: “Ik werd getriggerd door het buiten de kaders mogen denken. De jeugdbeschermingsketen is stroperig en bureaucratisch. De keten is daardoor niet efficiënt en zeker ook niet klantgericht. Veel stappen worden opnieuw gedaan en daar is de cliënt niet bij gebaat. Deze pilot biedt mij de kans om dat te veranderen, los van alle kaders, rollen en protocollen.

Barend vult aan: “Ik ben als medewerker van het buurtteam onderdeel van de keten, maar zelfs ik vind de keten moeilijk te begrijpen. Laat staan hoe dit voor cliënten moet zijn. Je raakt betrokken bij een gezin op een erg persoonlijk domein: het opvoeden van hun kind. Dan krijgen zij tijdens een bemoeienis, die op zich al moeilijk genoeg is, ook nog te maken met een nauwelijks te begrijpen hulpverleningsproces, met veel partijen, overlap en wachttijden. Dat moet wat mij betreft anders kunnen. Dat blijkt anders te kunnen.”

Wat is de succesformule van deze pilot?
Berry:
”Het loslaten van de rollen en protocollen maakt het mogelijk om echt nieuwe manieren van samenwerken te ontwikkelen. Samen is in deze pilot ook echt samen, daar zit de kracht. We vormen samen het Veiligheidsteam, we zijn samen in duo’s betrokken bij een gezin en werken samen los van onze formele rol. We hebben de tijd om echt met het gezin in gesprek te gaan en naar hen te luisteren. Transparantie blijkt ook een belangrijke sleutel. We betrekken de cliënt bij elke stap die er gemaakt wordt. Zij zijn er bij als wij met bijvoorbeeld de huisarts of de school over hen praten. Door deze transparante manier van werken is er merkbaar minder weerstand bij de cliënt.”
Barend: “Ik heb in mijn werk regelmatig meegemaakt dat als ik de jeugdbescherming van SAVE aanhaak bij een gezin, SAVE dan dingen over moet doen die ik in mijn rol als ambulant hulpverlener ook al gedaan heb. Puur omdat het nou eenmaal zo geregeld is en we ons allemaal moeten kunnen verantwoorden. Met de manier van samenwerken die we in deze pilot ontwikkeld hebben, halen we die overlap er uit. Iedereen is al aangehaakt en we doorlopen het hele proces samen, maar vooral ook samen met de cliënt. Daardoor verloopt het proces beduidend sneller voor de cliënt.”

Zijn er ook nadelen?
Berry:
“Nadelen niet, maar uiteraard liggen er nog voldoende vragen die nog niet uitontwikkeld zijn. Hoe lang blijf je betrokken bij een gezin? Wat doe je als je niet in gesprek komt met een cliënt? Het is daarnaast ook ingewikkeld om op deze manier binnen de kaders van de privacywetgeving samen te werken. Daar liggen echt nog wel vraagstukken. In principe loopt deze pilot eind 2020 af, maar we zouden graag de mogelijkheid hebben om deze mooie en bovenal klantgerichte manier van samenwerken verder te ontwikkelen en uit te rollen.

Positieve resultaten. En nu?

Marenne van Kempen (Bestuurder Lokalis): “In 2021 gaan we de pilot-werkwijze verbreden”

“De werkwijze in de pilot is voor gezinnen echt wel een grote verbetering. Het vraagstuk van het gezin en de eventuele bredere context van dat vraagstuk zijn het vertrekpunt en in beeld. Je deelt je hele verhaal maar één keer en de hulpverlener is in de breedte van je vraag degene met wie je samenwerkt. Van schulden tot echtscheidingsproblematiek, tot zorgen over de (veilige) ontwikkeling van kinderen. Van eventuele acute onveiligheid tot onderliggende oorzaken en blijvende verbetering. In 2021 gaan we de pilot-werkwijze verbreden naar andere wijken in de stad Utrecht. En we gaan de huidige pilot verbreden. In welke richting we als eerste verbreden is nog onderwerp van gesprek. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gaan over de nabijheid van de volwassen-GGZ, maar ook over meer samenhang met de veiligheid op straat c.q. het strafrecht.”

Paul Janssen (Bestuurder Samen Veilig Midden-Nederland): “Alle partners zijn bereid te investeren”

“In deze pilot staat het belang van de cliënt echt voorop: met de manier van werken wordt het proces transparant en sneller. Er is minder overlap, minder weerstand en meer betrokkenheid. Daar is de cliënt enorm bij gebaat. Dat is de beweging die we willen en dat is waarom we samen met onze partners al in 2016 met deze pilot van start zijn gegaan. Die beweging sluit aan op de in meerdere rapportages geconstateerde noodzaak om de jeugdbeschermingsketen te verbeteren. Deze pilot laat zien dat het ook echt anders kan. Inmiddels is er een plan van aanpak voor het vervolg van deze pilot in 2021 in ontwikkeling. Alle betrokken partners zijn bereid hier in te investeren. We hebben de ambitie om deze pilot om te zetten in een brede beweging en de manier van samenwerken ook in andere gemeenten in te gaan zetten. Allereerst in alle wijken van de stad Utrecht en vervolgens stapsgewijs in alle 32 gemeenten waarmee wij samenwerken.”

Froukje van der Wulp (Gebiedsmanager a.i. Raad voor de Kinderbescherming): “Als instanties hebben we de ambitie om de samenwerking verder uit te bouwen”

“De jeugbeschermingsketen is in de loop van de jaren ingewikkelder geworden. Vanuit goede bedoelingen zijn er schakels bijgekomen. Met een beetje pech doorloop je als gezin vier wachtlijsten binnen die ene keten. Met elke keer een nieuwe medewerker aan wie je je verhaal moet vertellen, en die opnieuw gaat bedenken wat het beste zou zijn voor jou en jouw kinderen. Het Veiligheidsteam in deze pilot kenmerkt zich juist door zijn eenvoud in opzet en is dat maakt de aanpak zo krachtig. Precies zoals het bedoeld was toen de jeugdzorg gedecentraliseerd werd: op maat, dicht bij de gezinnen, de verschillende expertises bij elkaar brengen en bieden wat echt helpt, nauw aansluitend op de kracht van gezinnen zelf. Als instanties willen we de komende tijd de samenwerking met elkaar verder uitbouwen. Dat is ook nodig om deze ontwikkeling naar de bedoeling van de Jeugdwet in ons hele werkgebied verder vorm te geven, samen met de gemeenten en samen met de diverse lokale teams. Dat is onze ambitie. Ik ben trots op de stappen die we het afgelopen jaar met elkaar gezet hebben, het Veiligheidsteam voorop. Dat belooft veel moois voor 2021!”

Marjoleine Gantvoort (William Schrikker Stichting): “Ik voorzie een toekomst waarin professionals weer vanuit hun passie met gezinnen aan het werk kunnen zijn”

“Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat wij pas vrij laat actief bij de pilot zijn aangehaakt. De reden om ook een bijdrage te leveren is de beweging die we op gang zien komen in jeugdbeschermingsland. Minder de werk- en organisatorische processen centraal, maar doen wat nodig is om bij te dragen aan betere kwaliteit van zorg voor de cliënt. De beweging staat nog in de kinderschoenen, maar ik zie in vele regio’s een gelijksoortige ontwikkeling. Het vraagt van organisaties om het werk anders in te richten en om (interne) werkprocessen niet meer leidend te laten zijn, het vraagt lef en creativiteit op alle niveaus. Ik voorzie een toekomst waarin professionals weer vanuit hun passie samen met gezinnen aan het werk kunnen zijn, waarbij ze minder worden gehinderd door systeemcondities.”

Paul van Dijk (Sr. beleidsadviseur Gemeente Utrecht): “Ook voor het vervolg van de pilot heeft de professional ruimte nodig”

“Er is al veel gezegd over de inhoud. Een andere belangrijke succesfactor bij deze pilot is dat we de pilot echt “bottom-up” hebben ingestoken. Action learning staat centraal, geen dwingende kaders vooraf, geen strakke indicatoren aan de voorkant afgesproken om de ontwikkeling te sturen. Maar echt de ruimte geboden aan de professionals om te ontwikkelen richting een stip op de horizon met richtinggevende principes.  Je ziet in de pilot wat dit doet met de professionals;  ze voelen de ruimte , ervaren eigenaarschap en ook de back-up om te kunnen ontwikkelen. Ook voor het vervolg van de pilot in Utrecht en elders in het land zullen we hier nadrukkelijk aandacht voor moeten houden: als je de benodigde betrokkenheid en het eigenaarschap van professionals wil behouden, organiseer dan ruimte voor hen om gezamenlijk te leren en te ontwikkelen en zo verder vorm te geven aan de nieuwe jeugdbescherming.  Bottom-up werkt alleen goed als dat glashelder top-down gefaciliteerd wordt.”

Betrekken van ervaringsdeskundigen
Bij het ontwikkelen van de werkwijze zijn ook ervaringsdeskundigen betrokken geweest. De bij de pilot betrokken medewerkers zijn met cliënten in gesprek gegaan over de (voorgenomen) werkwijze en over hun ervaringen in de jeugdbescherming. Belangrijke adviezen van de zijn o.a. geweest:

  • Maak tijd om een band op te bouwen en vertrouwen te krijgen. Dan krijgen medewerkers veel meer medewerking van ouders. Bespreek met de ouders hoe de kinderen betrokken worden, luister echt en laat je hart zien en bespreek regelmatig de samenwerking.
  • Zorg bij afwezigheid voor vervanging die ook iets kan doen en niet alleen te woord kan staan.
  • Reflecteer ook als professional regelmatig op wat doe ik en waarom? Hoe kan ik doen wat nodig is en is het behulpzaam om buiten de kaders te gaan?

Dergelijke adviezen worden in de pilot gebruikt, o.a. door elkaar te bevragen in casuïstiekoverleg.